Teksten op jaar van uitgave

1613 – Bisschop der kinderen (Oldenzaal) Rovenius, Philippus (1613)

1631 – Dese selfde voorgaande meening Aertsz, Jacob (1631)

1644 – Oranje Roock: onder de vlaemsche Biekorf, verdryvende de gantsche swerm der Roomsche Honigslickers, Anoniem (1644)

1644 – Sint Niclaes. den 6. December. Vermeulen, Christianus (1644)

1650 – Heer! ’t is morgen Sinterklaas; De Bruigom moet,[…]Sijn Bruidje deze nacht wat in ‘er schoentje geven. J. Smeerbol (1650)

1654 – Sinter Klaas voor de kinderen boekje: Anoniem, gedicht: Claas Seep (1654)

1655 – ZInter-Klaas heeft van de nacht anoniem (1655)

1316/1657 – Het volksgebruik was echter te diep ingeworteld; en in weêrwil van het verbod heeft later de viering van den St. Nicolaas-avond weder plaats gehad. De vrienden van Armen en Rijken (1657)

1659 – Dat de Jonghe-luy hem loven met geraes. […] W’ hebben immer een veel goeder Sinte Claes: Anoniem (1659)

1667 – Lof van Sinter Claas Brande wijn Elsevier, Pieter (1667)

1667 – Op een Sinter Klaas-gift van Glas geblasen Elsevier, Pieter (1667)

1668 – Kupido schoen-zetter – “Om Sinter Klaes, en hy verzocht, Dat hy zijn Schoentje brengen moght” Beets, Johan (1668)

1669 – Dienm’ in zijne tyen, noemden Sinter Klaas Anoniem (1669)

1678 – Een St. Nikolaas Avond – “Ze hebben in Sint Niklaas kraamen Me wat Klaas-goet opgedaan” Die men moe was in sijn Spanjen… Vernoegde, Petrus de (1678)

1679 – Hare kinderen een deel leugens wijs maecken van een seeckere paepsche sanct/ ghenaemt S. Claes/ Hondius, Jacobus (1679)

1708 – “Die zwarte bullebak, mismaakt van top tot teen” Rotgans, L. (1708)

1717 – By dit geluk heeft Sinte Klaas zoo sterk gere’en, Als nimmer is geschied in eenig Jaar voorle’en Gijsen, van Jan (1717)

1717 – Een Amsterdammer kwam gekleed als Harlekien, In schyn van Sinte Klaas, en deelden aan hun meeden Gijsen, van Jan (1717)

1717 – Ik had gehoopt een Vrouw te krygen van Sint Klaas Gijsen, van Jan (1717)

1717 – Schoon Sinte Klaas, nog voor de Kind’ren niet en ryd, Zoo is hy dog by myn gekoomen voor zyn tyd, Gijsen, van Jan (1717)

1718 – Wens ik hem dat al het Roet: Valt uyt d’Schoorsteen op syn Snoet.-Vrysters Klagt, Over Sint Nicolaes nn (1718)

1718 – Sinterklaaszang, aan Fillis Regt, de Jan (1718)

1719 – Och! Mogt die Sint Niklaas wat dikwils by my koomen, Hoeven van der, Willem (1719)

1720 – …Sint Niklaas met zyn paardje ter schoorsteen inkomt… Tuinman, Carolus (1720)

1722 – “Nikker is een naam, dien men aan den duivel geeft Tuinman, Carolus (1722)

1730 – Zinter-Klaas Vreugd Anoniem (1730)

1732 – Van Nikolaus, den 6. December. Anoniem (1732)

1736 – In Holland ziet men het gemeene volk eenigen tyd voor Kersmis byna eene volkomene mascarade aanrechten Picart, Bernard (1736)

1748 – Toen Zwarte Sinteklaas reed met zyn Rott op stelten. Anoniem (1748)

1749 – …hen dreigen, dat, als ze niet zoet zyn, de zwarte man, Piet met de pooten enz, hen zal by komen Buys, Egbert (1749)

1752 – Dat Sinter-klaas Den ouden baas… nn (1752)

1765 – Wilje jou schoen van Nacht niet voor mijn Bed komen zetten?… (1765)

1766 – Dus al wat onder naam van diergelyke grollen Paulantinus Philocalus (pseud. van Willem Ockers) (1766)

1768 – “Vrees niet, en maak niet veel geraas, Ik ben ‘t; ik toon u Nicolaas.” Pater Abraham van Ste Clara (1768)

1772 – Noch deeze Week valt de beroemde St. Nicolaasdag in: waarop ik in myne jeugd al vry sterk gesteld was, en dien ik niet gaarne zou hebben zien afschaffen Anoniem (1772)

1773 – “Ook reed Sint Nikolaas nooit voor my, vermits ik volstrekt weten wilde hoe hy met paard en al over de daken en door de schoorstenen heen komen konde.” Anoniem (1773)

1779 – Op de markt van Sint Niklaas! Berkhey, Joannes Francq van (1779)

1780 – Hoe Sint Niklaas ons zal verblijen! Wat hij voor ons reeds heeft gereed!” Hazeu, Johannes (Cornelisz.) (1780)

1780 – Sinter Klaes sal Peet dan wesen, De naem van ‘t kint sal Klaesje zijn, Anoniem (1780)

1780 (1796) – Monsterdier – eene koe-huid omgeslagen, zoo dat de hoornen vlak boven het gezicht kwamen, […] en de staart kronkelde achter aan. Heijningen Bosch, van, Mattheus (1780)

1781 – blyft het evenwel waar, dat ook de ouden elkander wel een St. Nicolaas geschenk koopen nn (1781)

1781 – Klaasje en Pietje – dan verschijnt de Zwarte Man Van Alphen, Hieronymus (1781)

1782 – … wy gaven aan ieder der twee kindertjes een koekje en een popje; en toen waren de kindertjes ook zoo bly! Perponcher, de, Willem Emmery (1782)

1783 – Dien Sinterklaas op stelten/ Sint Felten Loosjes, Adriaan (1783)

1788 – By helderen dag rydt een Man, in het wit gekleed, en zeer fraai versierd, te paard door de straaten der Steden. (ook: Sint Nikolaas/Klaas Vaak) Marinet, J.F. en A. van den Berg (1788)

1789 – …wanneer de ouders een van beiden de rol van Sint Nikolaas speelden, en de kinderen met een holle stem, uit een van de hoeken van de kamer tot gehoorzaamheid aanspoorden;/wit paard Paape, Gerrit (1789)

1790 – Dien Sinterklaas op stelten/ Sint Felten Loosjes, Adriaan (1790)

1792 – mijn bakhuis had ik zwart gemaakt, en ik rammelde zoo verschrikkelijk met de ketting, […] dat ik Sinter Klaas was, die nu reed (1792)

1794 – Zo dra de kinderen weeten, wie die bullebak of de zwarte man is, dan lachen zij er mede Anoniem (1794)

1799 (1800) – “Op alle Dorpen word het Feest van St. Nikolaas gevierd. Op eenigen derzelven rijd één, somstijds twee Menschen op één Paard, dan rond Hanewinckel, Stephanus (1799)

1800 – Sint Niklaas is ’t niet, ô neen! Die, gelyk een- spooker, ’s Nachts u door den Schoorsteen heen… Anoniem (1800)

1801 – Daar elk met zang zich naar den schoorsteen hield gekeerd Hoffman, Otto Christiaan Frederik (1801)

1801 – Wat is Sint Nicolaas toch goed, mijn trommel is gevuld… Aken, van F. (1801)

1802 – … dat men, op den dag, die aan eenen roomschen Heiligen, St. Nikolaas genaamd, gewijd is, kerels verkleedde en zwart maakte, … Anoniem (1802)

1802 – Zij laggen om Zint Nicolaas Die met een ketting loopt, En maakt een drommels groot geraas  Anoniem (1802)

1803 – Knecht Ruprecht war sein Sklav, en schwarzgebrannter Neger Dambmann, Georg Peter (onder pseudoniem C.A. Stegman) (1803)

1804 – Een verdichte watergeest […], met welke schim men kinderen wel bang maakt Weiland, Petrus (1804)

1805 – Ha, daar heb ik je, welkom Zwarte Piet Hanegraaff, D (1805)

1809 – Want offschoon beiden een paar deftige Heiligen zijn, scheppen de vrome Kristenen ‘er toch een boosaardig vermaak in, om ter hunner eere, elkander, en hun kinderen, de stuipen op het lijf te jagen Kup, H. (1809)

1809 – Die ketting tel ik niet, al maakt ze wat geraas, Al zien de kinderen my aan voor Sinterklaas; Anoniem (1809)

1810 – En, s’avonds dan zijn al de winkels van de suikerbakkers, met kaarsjes verlicht, en met suiker-poppetjes opgeschikt. Anoniem (1810)

1810 – Sint Nicolaas Zie eens Mietje! anoniem (1810)

1811 – want grooter en leelijker bullebak, als jij bent, heb ik nog op geen’ St Nikolaas avond gezien. Gravé, Johannes Hendricus (1811)

1813 – Onlangs hadden wij St. Nicolaas avond….verschrikken door […] een’ zogenaamden bullebak Es, van L en W. Brave (1813)

1813 – “Oranje St. Nicolaaszang.” Anoniem (1813)

1813 – Wel, om dat Sint Niclaas nu rijd, daarom, En d’Erfvorst, aan ons zoo veel waard, Op Sint Niclaasdag ook verjaard; Anoniem (1813)

1814 – Dezen brengt hij, in den schoê, ,,Niets dan slechts een’ berken roê – Sint Nikolaas Schonk, Everhard Jan Benjamin (1814)

1814 – St. Nikolaas en het stoute Mietje Schonck, Everard Jan Benjamin (1814)

1814 – “St. Nikolaas is een plegtige en vrolijke dag voor de kinderen in ons vaderland…” Anoniem (1814)

1815 – daarom is het bangmaken van jonge kinderen, voor bullebakken, zwarte mannen, voor St. Nicolaas, of wat van die natuur meer zij hoogst berispelijk Fokke, Arend (Simonsz) (1815)

1817 – “Ik zal op St. Niklaas, u zoenen als ik kan,[….] Verkleed en zwart gemaakt, komt Jan het huis in, maar…” Broeder Huygens (1817)

1819 – als gij niet stil zijt, dan komt de zwarte man! Als gij het niet spoedig doet, dan zal St. Nicolaas u medenemen Ewald, Johann Ludwig (1819)

1820 – Kindereter – dat Sint Nicolaas geschenken bragt en dat hij eenen straffen vent den Kinderëter vooruitzond om te zien of zij zich zoo wel gedragen hadden… Claudius, G.C. (1820)

1821 – Het Sint Nicolaas lekkers – Kleinen Andries Löhr, Johann Andreas Christian (1821)

1821 – De Bullebak – Kleinen Andries Löhr, Johann Andreas Christian (1821)

1821 – Al doet uw naam hen beven, Gij komt toch lekkers geven.[…] Dat nooit geen roede uw oog verschrikk’, Maar ’t loon der deugd uw ziel verkwikk’. Anoniem (1821)

1821 – dat de ketting, even als van St. Niklaas, ons, onder meer, bijzonder behaagde. Anoniem (1821)

1821 (1823) – Dat Sint Niklaas, manhaft, te paard, Pellecom, van Abraham Nicolaas (1821)

1822 – Waarom, met zoo benaauwden blik, Den schoorsteen ingekeken?… Geen bullebak is hij, geen akelig spook Anoniem (1822)

1823 – “Met een’ zwaren stap ging hij nu langzaam in de kamer, bleef voor de kinderen staan met ene lage baard, grooten neus en eene gard in de hand. Anoniem (1823)

1825 – De heilige gaat rond en reikt de berkenroê – Spanje van Loghem, Hendrik (1825)

1825 – zij zetten elk een’ nieuwen klomp, met hooi en haver gevuld, onder den schoorsteen, en vroegen wel vijf-en-twintig maal aan hun moeder, of zij geloofde, dat St. Nikolaas wat brengen zoude?” Moens, Petronella (1825)

1827 – The similarity between the Italian Beffana (Befana) and the ideal [black!] Sandy Claus of the American children is curious. Urban, Sylvanus (1827)

1827 – en nu zagen wij, zoo wij meenden, duidelijk St. Nicolaas met een zwart gezigt, met eene ruige muts op, en eene zweep en roede in de hand, de deur uitsluipen. Meerten, Anna Barbara (1827)

1828 – Wij denken om geen’ zwarten man, Maar wel om het loon der deugd.” Hazeu, Johannes (Czn.) (1828)

1829 – En van een’ Zwarten man, Die in den avond dan Den schoorsteen uit kwam rijden. Hij heette Sinterklaas,… Anoniem (1829)

1829 – Nu trad de gewaande Sint Nikolaas een paar stappen naderbij en riep nog eens, met eene nagemaakte grove stem: “Zijn er ook stoute kinderen?” Anoniem (1829)

1830 – De duivel op krukken Lesage, Alain René (1830)

1830 – Nu zongen allen: Sint Nic’laas, Komt morgen weêr te paard! Ockerse, Antoinette (1830)

1830 – “Toen ik het rijtuig zag naderen, klopte mij het hart als een kind, dat om den wille van het speelgoed naar de gevreesde gedaante van Sint Nicolaas verlangt Michiel Adriaan (pseud. van Michiel Adriaan Sobels), Eötvös, Jozsef (1830)

1830 – Moeder en vader hadden haar gezegd, dat het sprookjes waren, als men vertelde, dat Sint Nicolaas door den schoorsteen kwam om lekkers te brengen of bang te maken. Vijver van der, Cornelis/Oosterhous, Haatje Pieters/ Veelwaard, Daniël (1830)

1831 – “Anders komt de Bullebak, “En die steekt u in zijn’ zak.” van Arum, Hanou P. (1831)

1831 – “Men doet, namelijk, gelijk ieder weet, Sint-Nikolaas niet slechts verschijnen, om de kinderen vrolijk te maken,[…] met oogen van vuur, met kettingen, met beestenhuiden, Hengel van, Wesselius Albertus (1831)

1832 – “Maar de ware held is ook geen barsche kater, die iedereen durft brutaliseren, […] hij praat niet onnatuurlijk, bar en brommende, als Sinterklaas, die de kinderen naar bed jaagt J.M.H. (1832)

1832 – Zwarte Klaas, de god der schoorsteenvegers… Cramer, Antonij en Joannes Franciscus Thijm (1832)

1833 – “Zij echter, die ter sluik op het St. Nicolaas feest hadden rondgewandeld, vonden, te huis komende, de Pietermanknecht te hunnent… Cramer, Antonij en Thijm, Joannes Franciscus (1833)

1833 – “De andere kindertjes weten niet beter, of daar bestaat nog een Sint Nikolaas, en men maakt hen doorgaans bevreesd met den een of anderen wonderlijk aangekleeden of opgeschikten man.” Böeseken-Peltenburg, J.J. (1833)

1834 – Daar speelt Sint Nikolaas de baas, […] Hij heeft een keten aan zijn been; Ik bid u, ga er toch niet heen, Raven, T (1834)

1835 (1834) – “…van waar het gekomen is, dat men u soms heeft willen wijsmaken: dat Sint-Nikolaas des nachts te paard rondrijdende, u zijne geschenken door den schoorsteen […]deed toekomen; Anoniem (1835)

1835 – knevels… welke gij u te Sint Nicolaas met gebrande kurk gemaakt hebt Robidé van der Aa, Christianus Petrus Eliza, Johann Wilhelm Kaiser Augustus Elink Sterk Philippus Velyn (1835)

1836 – Den zwarten knecht van St. Nikolaas met kettingen Bergh, Laurens Philippe Charles van den (1836)

1836 – Voor jongen en voor ouden. Komt, vieren we ook met zoet geraas Het vrolijk feest van Sint-Niklaas Brandt Maas, Gerard (1836)

1837 – Zij nam zich daarbij in acht, den goeden Kinder-heilig niet tot een’ bullebak te maken Staring, Antonie Christiaan Wynand (1837)

1837 – Sint Nikolaas, Die lekkre baas Meerten, Anna Barbara e.a. (1837)

1837 – Wij geven van dien overvloed, Een deel aan arme kind’ren… Meerten, Anna Barbara e.a. (1837)

1837 – … zij weten, dat St. Nicolaas niet door den schoorsteen komt; dat “wie aan een’ zwarten man gelooft, van zijn verstand beroofd is!” Anoniem (1837)

1838 – En werkelijk zag ik in mijne verbeelding, hoe menige aanvallige de sierlijke surprise met blijde verrassing ontving,” Anoniem (1838)

1840 – …en ziedaar de oorzaak, waarom de Duivel in het bijgeloof insgelijks met bespotting wordt bejegend. Niermeyer, A. (1840)

1840 – Pieterman…daar wij al deze namen gerust kunnen aanmerken als op den Duivel overgevloeid van de Huisgeesten Niermeyer, Anthonie (1840)

1840 – Zoo spreekt men in Duitschland van Knecht Ruprecht en Knecht Nikolaas. Niermeyer, A (1840)

1840 – Zwarte Piet, Joost, Jochem, Oude Joost, Oude Jochem, Hans, Hansneef, Hansmichel, Joris op de Stelten, Heintje Pik, Oom Hendrik, Hein en Heintjeman Niermeyer, A. (1840)

1835/1840 – Nimmer, nimmer zal ik meer voor Sinter Klaas spelen (zwart momaangezicht) Anoniem (1840)

1840 – Willem en Doortje wijsmaken, dat Sint Nikolaas dezen nacht rijden zal en dan bij haar schoentje met hooi wat Nikolaas-popjes zetten en in het raam en op den schoorsteenmantel, o, wat zullen zij dan opzien en in de handjes klappen!” Spall, Theodorus (1840)

1840 – en nu zult gij er wel op rekenen, dat Sint Nikolaas bij mij ook aan u gedacht heeft… Spall, Theodorus (1840)

1840 – ter zake van den intogt op den 5 December, de zoogenaamde Sint Nicolaas-avond […] één dag vervroegd en op Vrijdag den 4den dier maand zal plaats hebben (voorlopig vroegste krantenvermelding intocht) nn (1840)

1843 – …dat onze Nikker overeenstemt met den oud-Noordschen Nikr, insgelijks een watergeest Vries, M. de (1843)

1843 (1894) – Boems! d’r valt ‘n roei, en strompelt Pieter brommend uut de kas. Meurs, van Bernard, pr (1843)

1844 – of liever sporen daarvan hebben nagelaten, bewijzen de St. Nicolaas-mannen, St. N. varkens, en ander bakwerk; maar ook het geraas maken Buddingh, Derk (1844)

1845 – …nadat de Heilige man, onder allerlei afzigtelijke gedaanten, zich des avonds te voren van de braafheid en gehoorzaamheid der kleinen overtuigd heeft… Anoniem (1845)

1845 – Zie de maan schijnt door de bomen, makker staakt uw wild geraas! (lied en muziek) Heije, Jan Pieter (1845)

1840-1849 (184?) – Jaagt elkanderen geenen schrik aan. (momaangezicht St. Nicolaas) Meerten, Anna Barbara, Robidé van der Aa e.a. (1845)

1846 – Men verkleedt zich dan ook wel eens, en rammelt met een’ ketting. Aa van der, Robidé C.P.E. (1846)

1847 – Daar was Sint Nikolaas waarlijk te goed en vriendelijk voor, om na zijnen dood voor een’ bullebak gebruikt te worden. Anoniem (1847)

1847 – Ik zag: hij was een goede man, ’t Was louter voor de grap. Parson, Petro (predikant te Steenwijk) (1847)

1848 – En dan dat gerammel van ketens en dat geklets op klompen en dat vervaarlijk gebrom en gebrul….. foei! Robidé van der Aa C.P.E. (1848)

1848 – “Wel jongen! daar kwam hij [sint Nicolaas] zoo zwart als een schoorsteenveger, met kettings omhangen, bij ons in de kamer. Anslijn, Nicolaas (1848)

1849 – eene oude vrouw (somwijlen speelt ook een man deze rol) met zwarte kleederen en een met roet besmeerd aangezigt: dit is de befana, het spook..[…] Deze vertooning met onze st. Nicolaas-verschijning verwant…”. Visser de, S (1849)

1849 – “Ik heb ’t nog niet vergeten, dat hij mij, verleden jaar, in zijn zak wou stoppen en meênemen naar Spanje.” Schaick, van Cornelis (1849)

1849 – zoo als thans nog wel onverstandige lieden hunne kinderen met den bullebak, den zwarten man bang maken en naar bed jagen. Gij weet zelf wat voor fratsen met Sinterklaas worden uitgevoerd. Mücke, C (1849)

1849 – Met eene vreesachtige houding wees het naar den schoorsteen, en kon van schrik naauwelijks zeggen, dat de zwarte man daar was. (schoorsteenveger) Müller, Cornelis (predikant te Zijderveld) (1849)

1849 (1852) – De deur slaat open en Sint-Nikolaas treedt in, Al grommend in den baard, die afstroomt van zijn kin; Een masker voor ’t gelaat – afschuwelijk van kleuren… Génestet, de Petrus Augustus. (1849)

1850 – Sint Nikolaas in den kinderkamer (Schenkman) Schenkman, Jan (1850)

1850 – Deel suiker, lekkers, marsepijn Aan kind’ren, die gehoorzaam zijn Vink, N (1850)

1850 – Buiten het vertrek horen wij een zwaren stap en eene grove stem. […] Het is een nagemaakte Sint-Nicolaas, een schrikbeeld… Anoniem (1850)

1850 (voor 1850) – Geen zwarte kop Met huiden om het lijf geslagen En hoornen op. Geen ketens ramm’len langs de keijen Bevoort, Harme (1850)

1852 – Kwam Nieklaas, die goede Sant, Naar gewoonte weêr in ‘t land, (Jan Vernielal) Goeverneur, J.J.A. (1852)

1853 – Een reizende hansworst te paard of op klompen, een vervaarlijk spook met rammelende kettingen in den schoorsteen om de kleine kinderen bang te maken… Teenstra, Marten Douwes en de Boois, W. (1853)

1854 – “, en op Sint Nicolaasavond geen bisschop gezien of hy had een zwart gezicht, rammelde vervaarlijk met ketenen en vroeg met een holle stem: zijn hier ook stoute kinderen!” Dekker, G.V.N. en Dekker (Jr.) P. (1854)

1855 – “die snottige stinkerde Sin-ther Klaas, met zijn gezicht zoo zwart,” Schram, Izaak (Lypie Smoel) (1855)

1856 – “Daar lig ik te droomen: St. Nikolaas rijdt met zijn’ schimmel den schoorsteen in, in de kamer – naar de tafel – een grooten zak neemt hij van het paard – hij tast er in – hij…. ik ben weêr wakker. “ Goeverneur, Johan Jacob Antonie (1856)

1858 – wordende naar zijn zwart haar Heintje Pik genoemd.” Teenstra, M.D. (1858)

1859 – “Menigeen laat hem vergezellen door een ander personaadje, een neger die onder den naam van Pieter mijn knecht niet minder populair is dan de Heilige Bisschop zelf.” Anoniem (1859)

1860 – met de groote bisschopsmuts op het hoofd en voor het overige gehuld in een wollenkleed of in een beddelaken, vergezeld van zijnen minder heiligen dienaar, Pluto, Zwarteman, of knecht Ruprecht geheeten.” Hartman jr., H.G. (voor het hoofdstuk) (1860)

1860 – Kom, doe dat leelijk mom eens af Rof, L. de, Ant (1860)

1860 – Menig surprise wordt weêr verwacht C.H.R. (1860)

1860 – Misschien komt hij weer met vuurige oogen, met ketenen rammelend, in een beestenhuid… “dat praat ge hun… in nog geen eeuwen uit het hoofd.” Anoniem (1860)

1861 – Zwart als roet…(tot nadeel voor mijn goed, want dat wordt daardoor…) Florijn, D (1861)

1860 (1861) – Amsterdammers, als goede Sint Niklaasmannen, […], in den nacht tusschen den 5den en 6den December, de schoenen en korfjes hunner kinderen met vergulde koek gevuld Gouw, ter J. (1861)

1863 – …en zwarte Klaas of Haantje-Pik, kan je dan beet krijgen.” Louise (1863)

1864 – Nog herinner ik mij, onder de prettigste avonden, dien van Sinterklaas Keijser, Ernestine (1864)

1866 – De grooten noemen hem Geweten. – Gij noemt hem maar den Zwarten Man. Goeverneur, Johan Jacob Antonie en Berghuis, S (1866)

1866 – Kreeg je morgen ‘reis een roê? Goeverneur, Johan Jacob Antonie en Berghuis, S (1866)

1866 – Rijk en arm op Sint Nikolaas Goeverneur, Johan Jacob Antonie en Berghuis, S (1866)

1866 – “Sint Niklaais avond, als de schoe gezet wordt.” Anoniem (1866)

1866 – verbeeld door verpoetste, vermomde, gemaskerde en verkleede lieden; rondom liepender, hoe zal ik ze heeten? menschen? in beestenvellen en met steerten en hoorns aan Anoniem (1866)

1866 – “die voorstelling dat Sint-Nicolaas gevolgd door een knecht, rondrijdt op zijn witten schimmel slechts eene wijziging van de reis, die Wodan, de god der elementen, ’s winters deed met zijn knecht Ruprecht, om overal zegen te verspreiden.” Agatha (pseud. van Reinoudina de Goeje.) (1866)

1869 – …hadden we kunnen vermoeden dat de angstverwekkende knecht met zijn bokkenfacie en zijn afzigtelijke horens de zoon van vaders oppasser was Anoniem (1869)

1870 – Zijne knechts dragen zijne aantekeningboeken… Anoniem (1870)

1870 – wij kopieëren zoo goed wij kunnen de verschrikkelijke Sint Nicolaassen, […] en wij oefenen ons, om eens zeer leelijk voor den dag te komen, met ketens en een zwart gezigt […] men moet de krulkopjes dan nog een beetje geestig weten schrik aan te jagen.” Anoniem (1870)

1870 (1872) – Zijn trouwe knecht Ruprecht verzelt hem. Schimmel is beladen met pakken en zakken vol van alle denkbare kostelijkheden, hoewel er ook een groote zak langs zijne zijden hangt, bestemd tot ontvangst van… Gorter, Simon (1870)

1871 – Maar aan al die ….preeken… stoorden de Nederlanders zich niemendal… zij wisten…dat zij die ‘t beweerden te dwaas waren om aan te horen. Ter Gouw, Jan (1871)

1871 – …ten slotte was de heilige bisschop ook geen moriaan… Gouw, ter, Jan (1871)

1871 – En zoo deed ook Sinterklaas zijn intogt door den schoorsteenpijp, zonder dat iemand ooit heeft kunnen merken, dat zijn ,,slickerdemickjes” naar ’t roet smaakten. Gouw, ter Jan (1871)

1872 – …omringd door een hofstoet van zwarte knechts… nn (1872)

1872 – Mijn Sinterklaas was een man te voet met een grove pij en een bonte muts. Achter zich aan sleepte hij een ketting, die over de steenen in onzen gang kletterde […] Ze hadden hem over de daken hooren rijden. Het hinneken van zijn paard had hen uit den slaap gehouden. Zijn zwarte knecht had kist bij kist door den schoorsteen leeggestort.” Anoniem (1872)

1873 – Wij hebben weinige dagen geleden, op nieuw St. Nicolaas gevierd nn (1873)

1875 – Sint Nicolaas komt in de stad, anoniem (1875)

1876 – St. Nicolaas met zijn zwarten knecht werd door 4 zwarte paarden door twee negers gereden nn (1876)

1880 – Sint Nicolaas-avond – Zwarte knecht/masker Goeverneur, J.J.A. (1880)

1882 – Intocht in Groede (Zeeland) (1882)

1883 – Schoorsteenvegersbaas, knecht van Sinterklaas De Rop, A.L. (1883)

1887 – Intocht in Apeldoorn (1887)

1893 – Sinterklaas is bij ons geweest […], of eigenlijk zijn knecht. Garvelink, H.J. (1893)

1893 – Het is Sinterklaas. Iedereen is bezig geweest, om de cadeaus, zoo aardig mogelijk in te pakken. anoniem (1893)

1895 – Het doode Paard – W. Metz Tz. Metz, Willem Tz. (1895)

1895 – Winschoter Zwarte Pieten droegen ook mijters Winschoter Courant 6 december 1895. (1895)

1896 – …bepakt en beladen als Knecht Ruprecht . (1896)

1897 – Het St. Nicolaasfeest op Texel (1897)

1880 – Lange tijd werd in West-Friesland door de kinderen op de avond van vijf december ‘stoeltje gezet’. Zwaagdijk, M. (1900)

1900 – ‘Binnen komen, anders word je gepakt door de Tientonen en Elfribben’. J. de Jong-Brouwer (1900)

1900 (eeuwenlang) – Gouden Engel – uitgesteld Sinterklaasfeest West-Friesland (1900)

1908 – Hans Mof, Boxmeersch Weekblad nn (1908)

1913 – maar ook Knecht Ruprecht – Zwarte Piet noemden de kinderen hem… nn (1913)

1928 – Hierop staan en liggen het speelgoed, de taai-taaipoppen en suikerbeesten die Sint en Piet ‘gereeje’ hebben. N. Mulders. (1928)

1934 – De zevende geschminkte Zwarte Piet (1934)

1935 – Organisatoren en stoet met Zwarte Pieten! (Intocht Amsterdam) nn (1935)

1937 (eerder al) – …omdat St. Nicolaas volgens hem door de schoorsteen kwam, besmeurde hij dat pak geheel met houtskool… Zuur, A.P. (1937)

1940 – Een ludiek protest tegen de verduistering. (1940)

2014 – Overzicht – De Sinterklaastafel (bij de banketbakker) Kreijenbroek, Jan (2014)

2014 – Zwarte Piet is premodern en geen slaaf (2014)

Share