
N.B.: Dit is het volledige artikel zoals dat in verkorte vorm verscheen in NRC van 28-11-2025, de Telegraaf en de Stentor van 04-12-2025 en het Dagblad van het Noorden van 05-12-2025.
Sommige ouders geven de sinterklaasmythe niet door omdat ze niet willen liegen tegen hun kinderen. Maar wat is liegen?
Liegen heeft alles te maken met het niet vertellen van de waarheid. Maar het is meer dan dat. Zich vergissen is geen liegen. Een wetenschappelijke voorspelling die niet uitkomt, is geen bedrog. Iemand met een smoes naar de uitreiking van een lintje lokken, is een ‘leugentje om bestwil’. Een kind dat niet de werkelijke tijd hoort om van gezeur af te zijn, wordt gedoe bespaard. En zo kunnen we nog een tijdje doorgaan.
Tussen liegen en waarheid zit kennelijk flink wat licht. In het artikel lees ik daar bij de ouders die ‘niet willen liegen’ te weinig van terug.
Liegen is dan ook meer dan het niet vertellen van de waarheid. Om te beginnen moet opzet in het spel zijn. Vervolgens zijn er voor- en nadelen in het spel. Liegen is dan ook het opzettelijk niet vertellen van de waarheid, met de bedoeling om zichzelf in een gunstiger daglicht te stellen dan wel om de ander te benadelen.
In het geval van het meedoen met de sinterklaasmythe is aan dat laatste niet voldaan. Immers, de gever van een sinterklaasgeschenk probeert zichzelf niet beter voor te doen dan hij is, want hij laat Sinterklaas met de eer strijken. En het kind is niet het slachtoffer van een leugen, maar wordt bevoordeeld want het krijgt lekkernijen en andere cadeautjes.
Het kind wordt zelfs dubbel bevoordeeld. Om dat te plaatsen duiken we even in zijn psychologische ontwikkeling.
Iedere ouder merkt dat zijn kind zich psychologisch ontwikkelt. Wetenschappelijk kan dat eenvoudig worden aangetoond door kinderen tussen 3 en 8 jaar een opdracht te geven als het schrijven van zijn naam. Daarvan is algemeen bekend dat de overgrote meerderheid van achtjarigen die tot een goed eind zal brengen. Zie de schrijfsels in het kader. Ze zijn in de loop van de jaren van Anke Laker verzameld.

Een voor de hand liggende reactie is om te stellen dat de schrijfsels A, B en C fout zijn en alleen D juist. Toch is deze reactie ontwikkelingspsychologisch gesproken niet houdbaar. Zeker, D is juist – zo schrijven we ‘Anke Laker’ in het Nederlands.
Haar schrijfsels A, B en C zijn echter niet fout, maar juist-in-wording en wel steeds een stapje beter.
In A schrijft ze krabbel op krabbel en komen met de krabbels geen klanken overeen. In C en D is dat wel het geval: met ‘k’ komt de klank /k/ overeen zoals twee keer in het woord ‘koek’ en met ‘e’ komt de klank /u/ overeen zoals twee keer in het woord ‘geboren’.
In B keren wel figuren terug, maar ook daaraan ontbreken vaste klanken: haar schrijfsel ‘OͰ l’ zou voor ‘Anke’ én ‘Mireille’ staan.
In C staan de lettertekens wel voor vaste klanken, maar zijn twee letters gespiegeld. (Andere onvolkomenheden bij de kleuter zijn: letterwisseling zoals ‘moa’ voor ‘oma’ en geen inachtneming van de onder-, midden- en bovenzone zoals in ‘dOP’ voor ‘dop’.)
De schrijfsels A, B en C zijn dus juist-in-wording. Men kan pas een fout maken als men iets beheerst, zoals wanneer er bij Anke als jong schoolkind toch nog een ‘И’ doorheen glipt. De volgorde is dan ook: eerst reageert een kind met juist-in-wording, dan juist en tot slot kan het een fout maken.
Over waarheid gesproken: ontwikkelingspsychologisch gezien zijn er twee waarheden. De ene is de algemeen-wetenschappelijk waarheid: alleen schrijfsel D is juist. De andere is die van de ontwikkelingspsychologie: het is waar dat peuters en kleuters vanuit andere psychologische structuren functioneren, en wel zo dat de schrijfsels A, B en C ontstaan.
Ouders die over Sinterklaas niet willen liegen tegen hun kind, denken volgens mij in termen van ‘fout/juist’. Het doorgeven van het sinterklaasverhaal zou fout zijn en de waarheid over Sinterklaas vertellen juist. Met de beste bedoelingen van de wereld gaan ze dan toch aan hun kind en zijn ontwikkeling voorbij.
Ook hier is ‘juist-in-wording’ in het spel. De peuter gelooft het sinterklaasverhaal namelijk blindelings (‘Ik heb Sint en Piet toch zelf gezien!?’). De kleuter begint vragen te stellen als: ‘Maar hoe komen Sint en Piet bij ons binnen?’. Een gangbaar antwoord is dan ‘Ik heb ze verteld waar de reservesleutel ligt’.
Vanuit ‘fout/juist’ is dit liegen. Vanuit ‘juist-in-wording → juist → fout’ is dit echter meegaan met de denk- en belevingswereld van je kind. Pas het jonge schoolkind (gemiddeld vanaf 6,5 jaar) leeft in de werkelijke wereld. Tot en met de oudere peuter leeft het kind in een magische wereld, die in de loop van de ontwikkeling wordt onttoverd. En de kleuter staat tussen beide en leeft in een sprookjeswereld, met het ene been nog in de magische wereld en het andere al in de werkelijke wereld.
Het dubbele voordeel van de peuter en de kleuter die in de sinterklaastraditie worden opgevoed, is dan ook dat ze niet alleen cadeautjes krijgen, maar dat ook bij hen leef- en beleefwereld wordt aangesloten. Ze worden bevestigd in wie ze zijn, namelijk peuters en kleuters.
Kunnen ouders en opvoeders dan helemaal niet liegen over Sinterklaas? Natuurlijk wel. Een heel dramatisch voorbeeld daarvan is dat ouders tegen hun negenjarige dochter maar bleven volhouden dat Sinterklaas wel degelijk echt bestond. Op school werd ze erom uitgelachen door haar klasgenootjes en thuis twijfelde steeds meer aan zichzelf en aan haar ouders – ongeveer 15% van de kinderen vindt op eigen kracht uit dat de Sint niet bestaat.
In haar stad kwam in twee winkels een Sinterklaas. Dat kon toch niet? Ouders: het is dezelfde Sinterklaas, maar als jij van de ene winkel naar de andere rent, vliegt hij met een helikopter over. Het meisje ging weer terug en bekeek de Sinterklazen wat beter: ze hadden andere tabberds aan en hun baarden verschilden. Ouders: ja, want in de helikopter verkleedt hij zich en doet hij een valse baard over zijn echte baard. Enzovoort.
Deze vrouw nam het haar ouders haar leven lang kwalijk dat ze tegen haar bleven volhouden dat Sinterklaas bestond, ook toen ze er al lang niet meer in geloofde en ze heel proefondervindelijk te werk ging om haar twijfel te staven. Haar ouders bleven haar als kleuter behandelen terwijl ze al lang een jong schoolkind was. Zij waren niet met hun dochter meegegaan in haar ontwikkeling. Ontwikkelingspsychologisch bekeken wordt het sinterklaasverhaal dan een leugen. Niet doen dus!
