1820 – Aquarel Sankt Nikolaus und Krampus – Xaver von Paumgarten

Omschrijving:

De combinatie van Kerst en cadeautjes met Sint Nicolaas zien we in deze Aquarel die in het historische museum van Wenen hangt. De duitse zakenman Carl Baumann kwam rond 1800 naar Wenen, trouwde daar een vrouw en woonde met haar en hun zes kinderen aan de Weihbuggasse 10. In 1820 schilderde een vriend van de familie het feest: De boom staat in het midden van de tafel. De vader heeft zichzelf verkleed als Krampus en de tien jaar oude zoon zit in de mand. De moeder speelt Sint Nicolaas. Maria van vier en Alexander van zes kijken met verbazing naar de mooie boom. De grote zussen Rosalia, Ida en Wilhelmine staan welgemanierd aan de rechterkant.

 

Ook in Krampus zien we het zwarte gezicht/de zwarte kop. Zoals we hebben gezien in de bovenstaande beschrijvingen gingen ook in Nederland Krampusachtige figuren (met huiden en hoorns, kettingen en soms ook met roe en zak) rond. Als je goed kijkt zie je de benen van de tienjarige zoon uit de mand van Krampus omhoog steken. Mee in de zak! Deze vorm van vieren met een fysieke Heilige Nicolaas is waarschijnlijk vanuit Oostenrijk hier naar toe gekomen, zegt Louis Janssen.

Inmiddels zijn er echter diverse bronnen die wijzen op eerdere uitbeelding van Sint- en Zwarte-Pietfiguren.

1703 Schilderij Feestelijkheden van Sint Nicolaas

1717 Verhaelende de op en ondergang van Sinte Klaas

 

Schilder:Xaver von Paumgarten
Jaar:1820
Land:
  1. Oostenrijk
Kenmerken
  1. Bang maken (van kinderen)
  2. De heilige Sint Nicolaas
  3. Duivels, geesten en spoken
  4. Hoorns
  5. Huiden
  6. Maskerade
  7. Vrouw
  8. Zak/korf/mand
  9. Zwart schmink
Teksten:
  1. 1717 – Een Amsterdammer kwam gekleed als Harlekien, In schyn van Sinte Klaas, en deelden aan hun meeden (uit: 1717 - Jan van Gysens maandaagse Amsterdamsche merkurius, auteur: Gijsen, van Jan)
  2. 1780 (1796) – Monsterdier – eene koe-huid omgeslagen, zoo dat de hoornen vlak boven het gezicht kwamen, […] en de staart kronkelde achter aan. (uit: 1796 - “Weekblad voor den zoo genaamden gemeenen man”, auteur: Heijningen Bosch, van, Mattheus)
  3. 1850 (voor 1850) – Geen zwarte kop Met huiden om het lijf geslagen En hoornen op. Geen ketens ramm’len langs de keijen (uit: 1850 - Harme Bevoort, dichter van Enkhuizen, auteur: Bevoort, Harme)
Share