1844 – of liever sporen daarvan hebben nagelaten, bewijzen de St. Nicolaas-mannen, St. N. varkens, en ander bakwerk; maar ook het geraas maken

Opmerking: De genoemde Sint Nikolaasmannen vallen onder de koekvrijers.


“Hoezeer ook nog de Geldersche Hertha (maar verkleed als d’Erc met den beer) in het Zutphensche rond rijdt, zoo heeft echter meest overal St. Nicolaes (Claesvaer bij de Harlingers) die rondtogten op zijnen witten Schimmel van haar overgenomen. Gelijk men vroeger voor Hertha het afgesponnen vlas nederlegde, zoo nu ook eene handvol hooi voor het ros van haren knecht of plaatsvervanger. – In Duitschland wikkelde hij zich diep en onkenbaar in zijnen dikken winterpels, en heette daarom ook Pelznickel; bij ons ziet hij er niet minder, dikwijls regt potsierlijk uit; soms met zijn besten tabbaard aan, soms geheel onkenbaar in zijnen mantel of overjas gehuld, de zakken vol appelen, oranje-appelen, aardigheden en snoeperijen; maar ook vol roeden, en stoute kinderen, enz. Intusschen hij is, ook bij ons nog altijd, de vriend der kinderen, die hem toezingen:

St. Nicolaas, die goede man,
Trekt zijn beste tabbaard an
Hij rijdt er meé naar Amsterdam.
Van Amsterdam naar Spanje;
Haalt appeltjes van Oranje:
Hij geeft de kleine kindren wat,
En laat de grooten loopen;
Laten die, zich zelven wat koopen (a).

In Gelderland (Overbetuwe) kwam St. Nicolaas, des avonds aankloppende, niet slechts naar het gedrag der kinderen, maar ook naar hunne leerlust vragen, bijv. of zij het Onze Vader bidden; – de geloofs-artikelen, – en tien geboden opzeggen konden? enz. – Zoo niet: dan ontvingen zij eene Salomo’s roede; zoo ja, dan stond zijne milde hand open.”

“Dat de, bij zoodanige Joël-feesten, gebruikelijke plegtigheden, het slagten van een everzwijn, de feestmalen en drinkplegtigheden nog in de St. Nicolaas-, kers- en nieuwejaars-gebruiken gewijzigd voortduren, of liever sporen daarvan hebben nagelaten, bewijzen de St. Nicolaas-mannen, St. N. varkens, en ander bakwerk; maar ook het geraas maken bij den overgang van het oude tot het nieuwejaar, het schieten op nieuwejaar, benevens het oude jaar uit- het nieuwe indrinken, en wat dies meer zij.”

 

Auteur: Buddingh, Derk
Jaar: 1844
Land(en): Nederland, Duitsland, Denemarken, Zweden, Noorwegen, en Finland
Tekstbron:
  1. 1844 – “Verhandeling over het Westland,
Pagina: 360 t/m 362

Kenmerken:
  1. Bang maken (van kinderen)
  2. Gedichten/liedjes
  3. Hooioffer
  4. Lawaai maken/Wild geraas/De boel op stelten zetten
  5. Paard
  6. Roe/Gard/Gart
  7. Snoepgoed
  8. Vrijer/Vrijster (ook Koekvrijer)
Share