1829 – En van een’ Zwarten man, Die in den avond dan Den schoorsteen uit kwam rijden. Hij heette Sinterklaas,…

“Sint-Nikolaas

Krisje

Papalief! Onze Fij
Vertelde gist’ren mij Van overoude tijden,                                      
En van een’ Zwarten man,
Die in den avond dan
Den schoorsteen uit kwam rijden.
Hij heette Sinterklaas,  
En kwam met groot geraas
Van Kettingen beneden,
Om al wie kwaad gedaan,  
Of stoutheid had begaan,  
Tot straf er aan te meden.

Al verder bragt hij mee  
Als kinders niet gedwee
En leerzaam zich gedroegen,
Een lange, scherpe gart,
Waarmee dan de ouders hard  
En allerbitterst sloegen.

Maar als een kind zich goed 
Gedragen had en zoet
En naarstig was in ’t leeren,
Dan bragt hij het een’ zak
Vol lekkers en gebak
En appelen en peren.”

Auteur: Anoniem
Jaar: 1829
Land(en): Nederland
Tekstbron:
  1. 1829 – “De Nederlandsche Kindervrind”
Pagina: 74 t/m 77

Kenmerken:
  1. Bang maken (van kinderen)
  2. Geschenken geven
  3. Kettingen/ketenen
  4. Lawaai maken/Wild geraas/De boel op stelten zetten
  5. Schoorsteen (ook in combinatie met Roet) – Zwart als Roet
  6. Snoepgoed
  7. Zak/korf/mand
  8. Zwart schmink
Share