1772 – Noch deeze Week valt de beroemde St. Nicolaasdag in: waarop ik in myne jeugd al vry sterk gesteld was, en dien ik niet gaarne zou hebben zien afschaffen

Opmerkingen:

Een genuanceerd stuk tekst dat aangeeft dat het ook toen al op een voor kinderen toch aantrekkelijke manier werd gevierd. Zodanig dat afschaffing de schrijver treurig zou stemmen. Hij geeft een verband aan met het geloof in Geesten dat nauw verbonden was met het Sinterklaasfeest.

 


“Noch deeze Week valt de beroemde St. Nicolaasdag in: waarop ik in myne jeugd al vry sterk gesteld was, en dien ik niet gaarne zou hebben zien afschaffen: ze is ook noch een dag van byzondere vreugde voor de kinderen, welken vergund wordt muilen en schoenen des avonds te vooren voor het bedde hunner Ouderen en Vrienden te zetten, om die den volgende morgen, braaf gevuld met allerlei lekkers, daarvandaan te haalen. My heugt noch, dat ik in die jaaren, in welken St. Nicolaas braaf by my reedt, gewoon was honderd vraagen aangaande dien weldaadigen Man te doen, waarop ik verschillende oplossingen ontving, die, zeer onbegrypelijk my voorkomende, myne agting voor hem nog hooger deeden ryzen. Ik merkte hem aan als een wonderbaaren Ruiter, die magt hadt zich zelven met paard en al zo klein te maaken, dat hy gemakkelyk door den schoorsteen kon daalen: ik beschouwde hem als een byzonder vriendelijken Man, om dat hy alleen aan de Kinderen zo veel goeds deedt; ik zag hem eindelyk aan voor een ryken Heer, die in eene Stad voor zo veel gelds aan lekkers uitdeelde, waarom ik hem geen kleintje beminde. Alleen kon ik niet begrypen, hoe hy in éénen nagt op zo veele plaatzen kon komen, al dat lekkers mêesleepen, en dat uideelen, naar maate de kinders zoet of stout waren geweest:dan, hoewel my hierop geen voldoende onderrigtingen gegeeven wierden, vergenoegde ik my egter te gelooven, wat’er van verteld wierdt; en hoe onbegrypelyk het my ook mogte voorkomen, ik was wel te vrede, zo lang ik St. Nicolaas mildaadige uitdeeling genieten mogt. Deze denkbeelden, die zeer begunstigde de leer der Spookeryen en verschynende Geesten waarvan ik, als naar gewoonte in die dagen, ook veel hoorde, schooten by my zo diepe wortelen, dat, toen ik naderhand begon te twyfelen aan de egtheid der vertelsels, en zelfs van het tegendeel ten vollen overtuigd wierdt, het my inwendig speet, dat de zaak niet waaragtig ware: zodanig toch behaagde my dat verzonnen stuk.”

Auteur: Anoniem
Jaar: 1772
Land(en): Nederland
Tekstbron:
  1. 1772 – “Aanmerkingen over het wekelyks geschrift, uitkomende onder den naam van den Denker, en byzonder over zekere gezegdens in het zelfve…” negende deel
Pagina: 377 t/m 384

Kenmerken:
  1. Duivels, geesten en spoken
  2. Schoen zetten
  3. Schoorsteen (ook in combinatie met Roet) – Zwart als Roet
  4. Snoepgoed
Share