1853 – Een reizende hansworst te paard of op klompen, een vervaarlijk spook met rammelende kettingen in den schoorsteen om de kleine kinderen bang te maken…

Opmerking: het gaat hier om het boek met de drie gouden appelen erop, genoemd op p. 216

en de vrijers over de vergulde poppetjes genoemd op p. 217

NAV de vermelding van Knecht Ruprecht, die wijst hier op de Pelznickl op p. 221 en op de duorol.

Interessant is hier ook de beschrijving van de Popanz (eveneens p. 221), bullebak, in welke beschrijving wij ook de Nederlandse Sinterklazen zoals ook bij sommige Edelmanklazen herkennen.

 

Ook wordt hier het gouden engelfeest genoemd. En de feesten in Grou en op Texel. (p. 222)


 

p.215

Auteur: Teenstra, Marten Douwes en de Boois, W.
Jaar: 1853
Land(en): Nederland en Duitsland
Tekstbron:
  1. 1853 – “De kinderwereld”
Pagina: 112,113 en 215 t/m 226

Kenmerken:
  1. Bang maken (van kinderen)
  2. Combinatie Heilige en Volkse Sinter Klaas (Duorol)
  3. Concilie van Nicea
  4. De heilige Sint Nicolaas
  5. Duivels, geesten en spoken
  6. Engel
  7. Gedichten/liedjes
  8. Geschenken geven
  9. Grote boek waarin staat wat Sint over je weet….
  10. Hooioffer
  11. Kettingen/ketenen
  12. Lawaai maken/Wild geraas/De boel op stelten zetten
  13. Letters, van deeg, banket of chocola
  14. Paard
  15. Schoen zetten
  16. Schoorsteen (ook in combinatie met Roet) – Zwart als Roet
  17. Sint Maarten
  18. Sint Nicolaas Markt
  19. Sinterklaastafel (bv bij banketbakker)
  20. Snoepgoed
  21. Zak/korf/mand
Legenden:
  1. Drie Meisjes (bruidsschat) (Legenda Aurea)
  2. Legende van de drie studenten
  3. Nicolaas redt drie ter dood veroordeelden en drie gevangenen (Stratelaten legende)
Share