1810 – En, s’avonds dan zijn al de winkels van de suikerbakkers, met kaarsjes verlicht, en met suiker-poppetjes opgeschikt.

Opmerking: Met Nederduitsch wordt geduid op wat wij nu Nederlands zouden noemen.


“M. Het is Wintermaand; nu zal ’t Sinterklaas zijn. 
K. Wie is Sinterklaas?
M. Daar is niemand, die Sinter-klaar hiet. ’t Is maar een dag, die men zoo genoemd heeft, en op welken men aan de kinderen, die zoet zijn, wat lekkers geeft, of Suiker-poppetjes, om op den schoorsteen te zetten, of wat ander speelgoed. En, s’avonds dan zijn al de winkels van de suikerbakkers, met kaarsjes verlicht, en met suiker-poppetjes opgeschikt. Zo Kareltje zoet is, zullen wij, dien avond, met hem gaan wandelen, om ’t hem te laten zien.”

Auteur: Anoniem
Jaar: 1810
Land(en): Nederland
Tekstbron:
  1. 1810 – “Nieuw Nederduitsch A.B., spel- en leesboekje”
Pagina: 34,35

Kenmerken:
  1. Bang maken (van kinderen)
  2. Geschenken geven
  3. Schoorsteen (ook in combinatie met Roet) – Zwart als Roet
  4. Sinterklaastafel (bv bij banketbakker)
  5. Snoepgoed
Share